Standpunt: Deontologie in het jeugdwerk onder druk

04/07/2017

Inleiding

De aanleiding voor dit standpunt zijn verontrustende berichten die ons bereiken van jeugdwerkorganisaties die met maatschappelijk kwetsbare jongeren werken. Er komt meer en meer druk te staan op de discretieplicht van jeugdwerkers, zowel vanuit politie, lokale besturen en nu ook de Federale overheid. Jeugdwerkers worden niet alleen aangespoord om samen te werken met de politie, het gerecht en veiligheidsdiensten, maar ook om specifieke informatie te verschaffen over de jongeren waarmee ze werken.

Jeugdwerkinitiatieven zijn voor bepaalde groepen kwetsbare kinderen en jongeren nog de enige vorm van ondersteuning waarop ze beroep kunnen doen. Waar jeugdwerk in eerste plaats een rol te spelen heeft in het bieden van leuke vrijetijdsbesteding vereist jeugdwerk voor deze kwetsbare kinderen en jongeren dat de jeugdwerkers ook voortdurend aandacht hebben voor hun welzijn op verschillende levensdomeinen. De vertrouwensband die de jeugdwerker met kinderen en jongeren opbouwt is hiervoor essentieel: vaak is de jeugdwerker een van de weinige personen waar ze terecht kunnen of willen met hun vragen, bedenkingen, problemen ...

Om informatie in te winnen over de jongeren uit bepaalde wijken, worden jeugdwerkers nu gevraagd om samen te werken met politie en andere veiligheidsdiensten. Het spreekt voor zich dat de vertrouwensband tussen jeugdwerker en jongere fragiel is en onder druk komt te staan wanneer een jeugdwerker persoonlijke informatie met de politie gaat delen.

Hulpverleners en zorgverstrekkers hebben beroepsgeheim en kunnen hierdoor, tenzij in het geval van een wettelijke noodtoestand, in principe geen vertrouwelijke informatie over hun cliënten en patiënten delen. Anders dan bij hulpverleners hebben jeugdwerkers geen beroepsgeheim, maar wel een discretieplicht. De discretieplicht wordt in de rechtsleer omschreven als de verplichting om bij het uitoefenen van een functie of ambt geen gegevens vrij te geven aan anderen dan diegenen die gerechtigd zijn er kennis van te nemen.[1] Deze discretieplicht schept een geschikt handelingskader voor de jeugdwerker om binnen te werken en geldt zowel voor professionele krachten als voor vrijwilligers.

Concreet betekent dit dat jeugdwerkers geen vertrouwelijke informatie delen over kinderen en jongeren als ze daarvoor geen toestemming krijgen van hen, behalve in een aantal uitzonderingssituaties. Het is belangrijk om te benadrukken dat de discretieplicht uitzonderingsmaatregelen voorziet voor noodsituaties. Als de (lichamelijke, psychosociale en seksuele) integriteit van kinderen en jongeren op het spel staat, als er schade wordt toegebracht aan de jeugdwerker en of de werking, als er een bevel is van de onderzoeksrechter en bij gewetensnood mogen jeugdwerkers wel vertrouwelijke informatie delen met derden en veiligheidsdiensten.

Probleemschets

Sinds de reeks van aanslagen in West-Europa heerst een doorgedreven veiligheidsdiscours- en beleid. In augustus 2015 stuurde minister van binnenlandse zaken Jan Jambon een omzendbrief naar alle lokale besturen over de aanpak van de Foreign Terrorist Fighters. In deze brief worden steden en gemeenten aangespoord om Lokale Integrale Veiligheidscellen (de zogenaamde LIVC’s) op te richten. Binnen deze LIVC’s kunnen verschillende actoren als politie, hulpverlening en onderwijs met elkaar informatie uitwisselen over potentieel gevaarlijke situaties en/of burgers. Voorlopig is er echter weinig juridisch geregeld binnen deze LIVC’s. Wie moet er zijn? Welke informatie mag er gedeeld worden? Waar gaat de informatie naar toe?

Ook jeugdwerkers worden aangespoord om in deze LIVC’s te zetelen. Dit gebeurt zowel op relatief vrijwillige basis als door het inroepen van dwingendere maatregelen. Omdat het lokale bestuur vaak ook de subsidiegever is, is er direct en indirect veel druk om deel te nemen. Op sommige plaatsen verwacht men hierover afspraken in samenwerkingsconvenanten. Jeugdwerkorganisaties dreigen bijgevolg hun lokale financiering te verliezen indien ze weigeren mee te werken.

Als Vlaamse Jeugdraad zijn we hier zeer duidelijk over. Een deelname van het jeugdwerk aan dergelijke veiligheidscellen is problematisch en dit op verschillende vlakken.

Ten eerste is een jeugdwerker, zoals hierboven beschreven, gebonden aan een discretieplicht. Die discretieplicht biedt een handelingskader voor zijn werk met kwetsbare kinderen en jongeren. Een vertrouwensband is essentieel om dit werk te blijven uitvoeren. Het is ethisch naar deze kinderen en jongeren niet correct om hun privacy op het spel te zetten. Daarnaast is een jeugdwerker, zowel professioneel als vrijwilliger, ook niet opgeleid om zich in te laten met politiewerk.

Ten tweede roept dit ook op samenlevingsniveau vragen op. Dergelijke acties hebben effecten op het terrein. Waar het jeugdwerk steeds de kaart trekt van het verbinden en bruggen bouwen binnen de samenleving zien we dat een dergelijk veiligheidsdiscours contraproductief werkt en alles behalve de veiligheid van deze kwetsbare groepen kinderen en jongeren ten goede komt. In tegendeel. Jongeren durven hun jeugdwerkers niet meer aanspreken als ze met een probleem zitten. Daarnaast treedt bij jeugdwerkers ook een handelingsverlegenheid op: ze kunnen het niet meer hebben over bepaalde onderwerpen met hun jongeren uit angst informatie te bekomen die ze moeten doorgeven aan de politie. Dit overstijgt het thema van terreur, maar raakt de vertrouwensrelatie op verschillende domeinen als welzijn, intrafamiliaal geweld, drugs, armoede,…Jeugdwerkers dreigen het contact met de jongeren te verliezen.

Deze vertrouwensrelatie op het spel zetten werkt dus contraproductief waardoor er net onveilige situaties voor de jongere én de samenleving worden gecreëerd.

Standpunt

De huidige praktijken rond LIVC’s (zowel op lokaal niveau als recentelijk bepaald op federaal niveau in bijvoorbeeld de Potpourri V wet) brengt enkele van de organisaties die werken met de meest kwetsbaren in onze samenleving in een lastig parket. Als jeugdwerk hebben we een maatschappelijke functie te vervullen. Hierbij is een vertrouwensband opbouwen met de doelgroep essentieel. Indien deze vertrouwensband onder druk komt te staan, is het heel simpel: dan dreigen de jongeren weg te blijven en zal het jeugdwerk haar maatschappelijke en emanciperende rol niet meer kunnen opnemen. Met alle gevolgen voor de kwetsbare kinderen en jongeren én voor onze samenleving van dien.

Als jeugdwerk dienen we ons te behoeden voor instrumentalisering. We hébben als jeugdwerk een rol te spelen in veiligheid, maar dan wel op onze vertrouwde manier. Namelijk door er dagelijks te zijn voor kinderen en jongeren, hen te helpen een waardevolle plek te vinden in de samenleving, hen via emanciperend werken positief te laten bouwen aan hun identiteit. Als jeugdwerk kiezen we ervoor om veilige omgevingen te bieden aan álle kinderen en jongeren. Zo werken we indirect en preventief aan een veilige samenleving. We helpen namelijk te voorkomen.

De overheid staat voor een aantal maatschappelijke uitdagingen waar veiligheid er maar één van is. Het jeugdige middenveld wil mee aan de kar trekken om die aan te pakken. We willen samen meer mensen bereiken, meer drempels verlagen, meer uitdagingen aangaan en meer het verschil maken. We hebben een traditie hoog te houden. Van jongeren die in hun stad of dorp dingen doen bewegen. Van beleid en middenveld die samen plannen maken in het belang van kinderen en jongeren. We wíllen graag samenwerken met lokaal bestuur, politie, buurtbewoners… maar dan wel vanuit een positief discours waar dialoog centraal staat en waar we sámen dingen in beweging kunnen zetten en ten goede veranderen voor iedereen. Zo vinden we de projectoproep bruggenbouwers bijvoorbeeld een mooie kans om dit waardevolle werk extra in de verf te zetten.

En mocht u er nog aan twijfelen, jeugdwerkers doen hun job in eer en geweten. Indien zij over informatie zouden beschikken die een gevaar zou betekenen voor de organisatie, andere individuen of de samenleving, zal deze informatie uiteraard gedeeld worden met politie. Daar is geen wetswijziging voor nodig.

Meer informatie



[1] Kinderrechtswinkel. (2015). ’t Zitemzo… Jeugdrecht. Met het beroepsgeheim ten aanzien van minderjarigen.