Aan de rand van het Amazonewoud stokte het klimaatbeleid
Caroline Herman
Wat vooral blijft hangen na de klimaattop in Belém, is teleurstelling. Voor toekomstige generaties, die straks de volle prijs betalen voor elke uitgestelde beslissing, was deze COP een gemiste kans.
Het had de COP van de waarheid moeten zijn: het moment waarop eindelijk een concreet plan kwam voor het uitfaseren van fossiele brandstoffen, de belangrijkste oorzaak van klimaatverandering. Terwijl daarover werd gezwegen in het slotakkoord, hadden beleidsmakers het moeiteloos over “toekomstige generaties beschermen” en “intergenerationele gelijkheid”. Dat is ronduit hypocriet.
Het had ook de COP van de inheemse volkeren moeten zijn, zeker op een locatie als Belém, in de schaduw van het Amazonewoud. Toch kreeg maar 14 procent van de aanwezige inheemse vertegenwoordigers toegang tot de zone waar de echte onderhandelingen plaatsvonden. En zelfs wie binnenraakte, moest zich door een technisch kluwen van jargon worstelen. Hoe kan een klimaattop rechtvaardig zijn als de gemeenschappen die het zwaarst getroffen worden, nauwelijks een plaats aan de tafel krijgen?
Dat geldt ook voor andere kwetsbare groepen, zoals jongeren. Wij weten dat we als Europese jongerenvertegenwoordigers erg bevoorrecht zijn. Wij raken binnen, we worden gehoord. Maar wie het zwaarst getroffen wordt – van eilandstaten tot Amazonegemeenschappen – heeft die toegang vaak niet. Een proces waar de minst beschermde stemmen het minst weerklank krijgen, kan nooit rechtvaardig zijn.
Een proces waar de minst beschermde stemmen het minst weerklank krijgen, kan nooit rechtvaardig zijn.
Ondertussen was de fossiele lobby weer sterk aanwezig. Een op de 25 deelnemers aan COP30 was een lobbyist voor fossiele brandstoffen. De sector die de crisis veroorzaakt, had meer toegang dan bijna elk land afzonderlijk. Dat maakt het onmogelijk om beslissingen te nemen die de urgentie van de klimaatcrisis weerspiegelen.
Dit had ook de COP van klimaatadaptatie moeten zijn. Terwijl het ene na het andere temperatuurrecord sneuvelt en de schade jaar na jaar toeneemt, bleef het akkoord over het adaptatiedoel zwak. De indicatoren werden op weinig applaus onthaald en zonder duidelijke financiering blijven adaptatiebeloftes dode letter.
In de steek gelaten
De meesten onder ons kwamen naar Belém met dezelfde ambitie: bewijzen dat multilateralisme werkt. Dat landen samen vooruitgang kunnen boeken. Maar ook daar liep het fout. Het Braziliaanse voorzitterschap schrapte passages zodra er twijfel was over consensus. Transparantie maakte plaats voor conflict vermijden. Zo los je geen mondiale crisis op.
Deze COP heeft onze generatie in de steek gelaten. Maar het is nog niet te laat. We moeten vasthouden aan wat het Akkoord van Parijs heeft opgeleverd. Dankzij jaren van druk, actie en diplomatie zijn we van een rampzalige 4 graden opwarming naar ongeveer 2,6 graden gegaan. Dat is het bewijs dat verandering werkt. En precies daarom blijft de COP zo belangrijk. Het is een fragiel proces, maar wel het enige dat de schaal van deze crisis aankan.
Ons huiswerk is niet af. Niet wereldwijd, niet voor Europa, en al zeker niet voor België. Steeds vaker lijkt klimaatbeleid naar de achtergrond te verschuiven, overschaduwd door begrotingstekorten, geopolitiek en zelfs discussies over de vraag of een veggieburger nog wel zo mag heten.
Wij blijven vechten voor een leefbare toekomst. Omdat we geen keuze hebben. Elke actie telt, elke tiende van een graad telt, elke onderhandeling telt. We blijven duwen. Aan onderhandelingstafels, op straat en in elke ruimte waar beslissingen worden genomen. Tot klimaat- en natuurbeleid opnieuw het kompas wordt dat het altijd had moeten zijn.