Erasmus+ dreigt de jeugd uit het oog te verliezen
09/10/2025
De onderhandelingen over het volgende Erasmus+-programma (2028–2034) zijn momenteel volop aan de gang. Wij volgen deze gesprekken op de voet, want het programma bepaalt hoe Europese middelen voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport worden ingezet. Hoewel wij de oproep tot een groter budget ondersteunen, maken we ons zorgen over de plannen die momenteel op tafel liggen.
De onderhandelingen richting de volgende Erasmus+ programma’s (2028-2034) zijn momenteel volop aan de gang. Dit programma omvat alle Europese subsidies voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport.
Het Europese Jeugdforum riep al op tot een budgetverhoging en bracht enkele belangrijke punten onder de aandacht: More Erasmus = More Europe | European Youth Forum.
De Vlaamse Jeugdraad steunt de oproep van het Europees Jeugdforum. In dit artikel lees je waarom ook wij bezorgd zijn over de huidige plannen.
Algemeen
Onderwijs, jeugd en sport worden ondergeschikt gemaakt aan bredere doelen zoals veerkracht en concurrentievermogen.
De hoofdstukken uit het vorige programma worden als “overbodig” bestempeld, ondanks hun succes.
Hoewel jeugdacties en budgetlijnen behouden blijven, verdwijnen juridische waarborgen voor de jeugdsector.
De structuren die het jeugdprogramma ondersteunen zijn niet gegarandeerd, wat hun voortbestaan bedreigt.
Jeugdbeleid
De EU-Jeugdstrategie wordt niet vermeld als onderliggende strategie.
De doelstellingen zijn vaag en jeugdparticipatie wordt niet benoemd.
Het jeugdbeleid krijgt geen duidelijke plaats in het voorstel.
Jeugdwerkbeleid
De doelstellingen rond jeugdwerk zijn zwak en erkennen informele en niet-formele leerprocessen onvoldoende.
“Jeugdwerk” en opleiding van jeugdwerkers worden niet expliciet genoemd.
Budget
Het voorgestelde budget blijft ver onder de ambitie om het vijfvoudige van het huidige budget te bereiken.
Er is geen duidelijke verdeling van budget over de verschillende sectoren, wat risico’s inhoudt voor de jeugdsector.
Het is positief dat er aparte budgetlijnen zijn voor “onderwijs & training” en “jeugd & sport”, maar zonder concrete bedragen.
Er is geen gegarandeerde financiering voor Nationale Agentschappen, wat hun werking onder druk zet.
Programma-acties
De leeractiviteiten voor jongeren blijven grotendeels behouden.
De samenvoeging van participatie- en solidariteitsprojecten kan de solidariteitsdoelstelling ondermijnen.
DiscoverEU wordt in vraag gesteld met als redenering dat de middelen beter naar leergerichte acties zouden gaan.
De ondersteunende maatregelen zijn optioneel en vaag, zonder sectorale garanties.
De samenwerkingen tussen organisaties en beleidsontwikkeling missen een sectorale focus en een duidelijke financiering.
De SALTO-centra en het Youth Partnership met de Raad van Europa worden niet expliciet vermeld.
Nationale Agentschappen
De verdunning van hoofdstukken bemoeilijkt taak- en budgetdefinitie per Nationaal Agentschap, maar de aparte acties en budgetlijnen maken het nog werkbaar.
Het voorstel om het aantal Nationale Agentschappen te beperken is zorgwekkend, vooral in België en andere landen met meerdere Nationale Agentschappen.
De regelgeving laat wel ruimte voor meerdere Nationale Agentschappen per land, zoals nu het geval is in 14 lidstaten voor jeugd en in diverse landen voor onderwijs.
De samenwerking en de budgetoverdracht tussen de Nationale Agentschappen wordt niet meer expliciet vermeld, wat wijst op minder stimulans vanuit de Commissie.
De verplichting voor lidstaten om evenveel een management fee te voorzien als de Commissie kan problematisch zijn voor landen met beperkte financiële steun vanuit hun overheid.
Er wordt geen vast percentage van het budget voor management fees voorzien; een aparte fee per budgetlijn zou beter zijn, mits deze voldoende hoog is.
SALTO Resource Centers
De SALTO-centra worden nergens vermeld in de nieuwe regelgeving, wat hun toekomst onzeker maakt. Omdat er geen juridische verankering in het voorstel staat, wordt hun rol bedreigt.
Ze worden niet genoemd onder beleidsontwikkeling (Art. 7), noch in de ondersteunende maatregelen voor mobiliteit (Art. 4.4).
Nationale Agentschappen zouden SALTO-taken kunnen krijgen via Art. 20.5.c, maar dat artikel verwijst naar Art. 7, waarin SALTO niet voorkomt.