header.back to home

Op de Dag tegen Racisme gaat het vaak over duidelijke vormen van uitsluiting zoals discriminatie en racisme in het onderwijs of op de arbeids- en woningmarkt. Maar er gaat minder aandacht naar hoe die ongelijkheid al begint in iets alledaags als taal. Wie mag spreken zonder meteen beoordeeld te worden? Wie moet eerst bewijzen dat die “goed genoeg” klinkt? 

In Vlaanderen groeit één op vier kinderen op met meerdere talen. Voor jongeren is dat geen probleem, integendeel: 91% vindt meertaligheid iets om trots op te zijn. Voor hen is taal een deel van wie ze zijn. De kloof zit ergens anders. 

Taal als (stille) vorm van racisme 

Taal wordt zelden benoemd wanneer het over racisme gaat, terwijl het een van de eerste dingen is waarop jongeren worden beoordeeld: een accent, woordkeuze of de taal die we met vrienden en familie spreken. Het bepaalt hoe serieus we worden genomen door de maatschappij. 

Bepaalde talen krijgen vanzelf meer respect. Spreek je Engels, Frans of Spaans? Dan krijg je meteen een dikke pluim en wordt dat aangemoedigd. Maar spreek je Tamazight, Turks of Lingala? Dan wordt dat als een probleem gezien en zou dat er zogezegd voor zorgen dat je Nederlands minder goed is.  

Dat verschil volgt dezelfde logica als racisme. Talen die gelinkt worden aan witte, westerse contexten krijgen status, terwijl talen die verbonden zijn met migratie of niet-westerse gemeenschappen als last worden gezien. Zo wordt taal een subtiele, maar structurele vorm van raciale uitsluiting. 

Wie moet zich aanpassen? 

Als jongeren voelen we dat subtiel racisme aan. We weten wanneer onze manier van spreken wordt bekeken als een probleem. We krijgen de boodschap dat we ons moeten aanpassen om erbij te horen. “Spreek normaal.” “Hier gebruiken we geen vreemde talen.” “Pas je accent aan.” 

Dat gaat verder dan communicatie. Het gaat over wie we mogen zijn in de publieke ruimte en toont dat we niet in een bepaald hokje passen. 

Onderzoek toont dat talen elkaar versterken. Meertaligheid vergroot ons denk- en leervermogen.

Noura Kaddaoui

Tijdens Ba(b)el in de klas werd ook de emotionele kant van een taal leren benoemd. Wanneer je taal wordt afgekeurd, raakt dat aan je zelfbeeld. Jongeren beginnen zichzelf te corrigeren, houden zich in en twijfelen aan hun eigen kunnen. Zo zorgt racisme ervoor dat mensen delen van zichzelf gaan onderdrukken.  

Wat er op school gebeurt, maakt het verschil 

Die uitsluiting wordt op school extra zichtbaar. Leerlingen krijgen nog te vaak signalen dat hun thuistaal een probleem vormt. Mijn vriendinnen en ik werden er zelf op aangesproken. Thuis een andere taal spreken zou betekenen dat we bepaalde taalregels minder goed begrijpen. Dat is een foute en gevaarlijke aanname. 

Onderzoek toont dat talen elkaar juist versterken. Meertaligheid vergroot ons denk- en leervermogen. Schooltaal is voor elk kind nieuw. Niemand spreekt thuis over “vloeistoffen met balletjes”. Dat is gewoon soep. Iedereen leert dus bij, alleen vertrekken jongeren vanuit verschillende talen. 

Als scholen ruimte maken voor die talen, groeit het vertrouwen en verbeteren leerprestaties. Maar als talen worden weggeduwd, voelen jongeren zich minder thuis en neemt ongelijkheid toe. 

Identiteit onder druk is discriminatie 

Als jongeren het gevoel krijgen dat hun taal minder waard is, schuiven ze een deel van hun identiteit opzij. Dat gebeurt vaak onopgemerkt, maar de impact is groot. 

Racisme zit ook in die kleine momenten. In iemands accent corrigeren, lachen met een woord dat anders wordt uitgesproken of opleggen dat er maar één juiste manier van spreken is. Door dat te minimaliseren of te ontkennen, houden we ongelijkheid in stand. 

Ook interessant...

Dit zijn de nieuwe internationale jongerenvertegenwoordigers

Welcome to the team Mila, Jarne en Joran!
  • #Europa
  • #Klimaat
  • #Internationaal
  • #Vrijwilligers
  • #Beleid
  • #Actua
  • #Verenigde Naties
Nieuwtje
  • #Internationaal
  • #Vrijwilligers
  • #Jeugdwerk
  • #Beleid
Nieuwtje