VN-jongerenvertegenwoordigers Nicole en Woody blikken terug op de Human Rights Council in Genève
Nicole Cabezas Loja, Wouter Radeur
Afgelopen week waren VN-jongerenvertegenwoordigers Woody en Nicole aanwezig op de Human Rights Council in Genève. In deze blog vertellen wat ze daar allemaal deden en hoe zo’n bijeenkomst precies verloopt.
Laat ons beginnen bij het begin
Als internationale jongerenvertegenwoordigers voor kind- en jeugdrechten mochten we naar Genève voor de 58e sessie van de VN-Mensenrechtenraad. Daar kregen we de kans om het woord te nemen en in gesprek te gaan met belangrijke personen, zoals de Speciale Vertegenwoordiger van de VN-secretaris-generaal Maalla M’jid, de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten Volker Türk, en de Belgische ambassadeur, Christophe Payot.
Maar wat gebeurt er eigenlijk tijdens zo’n sessie? En welke belangrijke inzichten werden gedeeld over de situatie van kinderen wereldwijd?
Kinderrechten onder druk
De sessie die wij bijwoonden bestond uit een interactief gesprek en een paneldiscussie. Het belangrijkste onderwerp was het rapport van Maalla M’jid. Zij werkte jarenlang als Speciale Rapporteur, een expert die landen bezoekt om onderzoek te doen naar schendingen van mensenrechten.
In die rol reisde Maalla M’jid naar meer dan 60 landen, waarbij ze zich vooral richtte op kinderhandel en geweld tegen kinderen - problemen die overal ter wereld voorkomen en vaak onbestraft blijven. Nu ze Speciale Vertegenwoordiger van de VN-secretaris-generaal is, deelt ze haar bevindingen niet meer als onafhankelijke onderzoeker, maar namens de VN.
Wat staat er in het rapport?
Het rapport van Maalla M’jid toont verontrustende cijfers en maakt duidelijk dat we deze problemen niet langer kunnen negeren.
Meer dan een derde (38%) van de slachtoffers van mensenhandel zijn kinderen
In Sub-Sahara Afrika lopen die cijfers op tot 61%
473 miljoen kinderen (ofwel 1 op 6 kinderen wereldwijd) leven in of vluchten uit een conflictgebied. Ter vergelijking: De Europese Unie (EU) telt momenteel ongeveer 449 miljoen inwoners.
333 miljoen kinderen leven in extreme armoede. Dit maakt hen extra kwetsbaar voor geweld en uitbuiting.
De cijfers in het rapport laten maar een klein deel van de werkelijkheid zien, omdat geweld vaak samengaat met emotioneel misbruik. Kinderen worden wereldwijd steeds kwetsbaarder door een mix van crises die elkaar versterken: groeiende armoede, voedselonzekerheid, aanhoudende conflicten en de gevolgen van de klimaatcrisis.
Te midden van deze chaos wordt kinderhandel gezien als een misdaad die weinig kost en weinig risico met zich meebrengt. Een gruwelijke realiteit waarin de meest kwetsbare kinderen als handelswaar worden behandeld, terwijl de wereld toekijkt.
Tijd voor actie
Het beëindigen van deze praktijken is niet alleen een morele plicht, maar ook economisch slim. Kindermishandeling kost landen tot 11% van hun BBP, terwijl een preventieve en gezamenlijke aanpak amper 0,12% van het BBP zou kosten.
Maar het rapport laat niet alleen de ernst van de situatie zien. Er staat ook in wat wél werkt: concrete beleidsmaatregelen die in sommige landen al positieve verandering teweeg hebben gebracht. De kennis is er, de feiten zijn bekend. Er is dus geen enkel excuus meer mogelijk om niet in actie te schieten. De meeste landen en NGO’s waren overtuigd van de noodzaak van handelen. Toch neemt de weerstand binnen de VN juist toe.
Polarisatie
"We moeten handelen in het belang van het kind en de rol van het gezin hierin respecteren.”
Bovenstaand argument wordt steeds vaker misbruikt om essentiële maatregelen tegen kinderrechtenschendingen tegen te houden en geweld te normaliseren.
De wereld raakt steeds meer verdeeld, en die polarisatie dringt zelfs door tot de kern van de mensenrechten, tot in de Human Rights Council. Daarom is het nu belangrijker dan ooit om te handelen.
Hieronder lijsten we een aantal succesvolle aanpakken op uit het rapport, die we ook in België verder zouden moeten invoeren.
1. Geen acties zonder monitoring
"Wees niet bang als de cijfers van jullie onderzoek zorgwekkend zijn, dat betekent dat jullie monitoringsmechanismen werken." - Maalla M’jid
Het monitoren van geweld is een complexe taak, omdat het niet alleen fysieke mishandeling omvat, maar ook angst en emotioneel misbruik. Daarom is het essentieel dat we in Vlaanderen en België investeren in betere monitoringstechnieken, veilige ruimtes en een meer kennis over wat geweld precies inhoudt. Geweld kan vele vormen aannemen: een pak slaag, roepen of getuige zijn van geweld. Wereldwijd leeft één op de vier kinderen in de nabijheid van iemand die huishoudelijk geweld pleegt.
2. Mainstreaming
Eens de monitoring- en hulpmechanismen er zijn, moeten we ervoor zorgen dat de iedereen die hulp nodig heeft, deze ook daadwerkelijk ontvangt. Transparantie en meer aandacht voor kinderrechten op scholen kunnen hierbij een cruciale rol spelen.
3. Participatie
"No discussion about us, without us."
Kinderen en jongeren moeten actief betrokken worden. Niet als passieve toeschouwers of om alleen mee op de foto te staan, maar als echte, gelijkwaardige partners. Wij weten hoe we elkaar het best kunnen bereiken en kunnen bestaande hulpsystemen verbeteren om het Mattheüseffect te vermijden, waarbij juist de meest kwetsbaren buiten de boot vallen.
Kinderrechten mogen geen loze woorden zijn, geen symbolische toespraken die vergeten worden zodra de lichten doven. Ze moeten actief worden ingezet en beschermd.
Wij - Woody en Nicole - zijn enorm dankbaar dat we deze sessie mochten bijwonen, en hopen dat het nu echt tijd is voor verandering.