Op woensdag 29 april 2026 kreeg de Vlaamse Jeugdraad een adviesvraag over een voorstel om het decreet over jeugddelinquentierecht aan te passen. Die aanpassingen zijn nodig om het decreet af te stemmen op het nieuwe Strafwetboek.
De Vlaamse Regering wil dat deze wijzigingen vanaf 1 september ingaan. Zo gebeurt dat op hetzelfde moment als de invoering van het nieuwe Strafwetboek.
De Vlaamse Jeugdraad gaf de voorbije jaren al verschillende keren advies over hoe het jeugddelinquentierecht wordt ingevuld en toegepast. Die eerdere adviezen vormen ook de basis voor de aanbevelingen die we in dit spoedadvies doen.
Onze rode lijn
We starten graag met een algemene rode draad, of beter gezegd: een rode lijn. Zoals we al schreven in ons advies over het wijzigingsdecreet jeugddelinquentie in 2023 vertrekken we altijd vanuit het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties, de verduidelijkingen in de algemene commentaren (specifiek general comment nr. 24) en de aanbevelingen in de slotbeschouwingen aan de Belgische staat.
Dat doen we wanneer het gaat over jongeren die in aanraking komen met het jeugddelinquentierecht.
Deze documenten stellen duidelijk dat kinderen alleen van hun vrijheid mogen worden beroofd als dat volgens de wet gebeurt, als laatste mogelijkheid én voor de kortst mogelijke tijd.
Daarnaast wordt aan alle ondertekenaars expliciet gevraagd om een breed aanbod aan non-custodial maatregelen te voorzien en die voorrang te geven. Zo blijft vrijheidsberoving echt een laatste mogelijkheid. Voor ons is het daarbij cruciaal om altijd te vertrekken vanuit het belang van het kind, en daarmee ook vanuit het belang van de maatschappij.
Hoe dit advies tot stand kwam
Voor dit advies namen we onder andere de adviezen en inhoudelijke aandachtspunten mee uit gesprekken met onze adviesraad, vrijwilligers van de Vlaamse Jeugdraad, het Kinderrechtencommissariaat, de jeugdorganisaties Arktos, Groep INTRO en Uit De Marge, doctoranda Joséphine Mwamba, vzw Erat en Cachet.
"Het jeugddelinquentierecht onderscheidt zich van het gewone strafrecht doordat het een pedagogische functie moet vervullen. Die moet bij alle maatregelen duidelijk zijn en vooropstaan. Louter straffende maatregelen hebben daarin geen plaats."
Kinderen en jongeren geven zelf aan dat ze nood hebben aan duidelijke grenzen en aan het naleven van de regels die gelden in hun leefomgeving. Zo worden ook hun leefwereld, kinderrechten en persoonlijke grenzen beschermd.
We leven in een rechtsstaat. Daarom is het belangrijk dat regels op een proportionele, respectvolle en transparante manier worden nageleefd. Wij geloven in wederzijds respect en sterke relaties tussen jongeren, jeugd(welzijns)werk, justitie, ordehandhaving en welzijn.
Jongeren zijn meer dan een dossier. Woorden maken een verschil, en uitspraken en maatregelen hebben een impact op levens.