header.back to home

Afgelopen week verloor een Antwerps gezin twee kinderen, twee meisjes van anderhalf en negen. Kinderen en jongeren zijn vaak het slachtoffer van een mobiliteitsplan afgestemd op bestuurders van gemotoriseerde voertuigen.  

Eerst en vooral willen we ons diep medeleven betuigen aan de familie en vrienden van de slachtoffers. Net zoals vele andere kinderen en jongeren, heeft het nieuws ons enorm aangegrepen.

Vijandig terrein

Zoals vaak creëren rampspoed en ontij, hoe vreselijk ook, een momentum om iets aan de oorzaak van het voorval te doen. Nu ook. Met 1 september in zicht wagen ervaren en minder ervaren zwakke weggebruikers zich in het verkeer. Te voet, met de fiets of op allerlei andere manieren. Vaak gaan hier weken voorbereiding aan vooraf: routes kiezen, materiaal in orde brengen, de route ‘testen’ en tenslotte is het zover: ze gaan -al dan niet vergezeld- op pad. Kinderen en jongeren zijn zachte, actieve en dus duurzame weggebruikers. Iets dat alleen maar toegejuicht kan worden. 

Stock fiets mobiliteit

Maar er is een keerzijde: vaak gebeuren deze verplaatsingen op vrij tot zeer vijandig terrein. Auto’s, maar ook terreinwagens en zelfs vrachtwagens kunnen zich mengen met het jonge en kwetsbare verkeer. We moeten ervoor zorgen dat kinderen zich veilig en autonoom kunnen verplaatsen. Hiervoor zijn vaak dure en ingrijpende infrastructuurwerken nodig, maar deze zijn broodnodig. Daarnaast blijft verkeerseducatie voor jong en oud, zoals een opfrissing van de wegcode, een heikelpunt. 

 12 per dag.

Het Instituut voor Verkeersveiligheid VIAS berekende dat elke dag zo’n 12 kinderen gewond raken in het verkeer, voornamelijk fietsers. Wie regelmatig fietst, weet het: dit cijfer zou zonder de defensieve rijstijl die de meeste jonge fietsers kweken (ik spreek uit ervaring) hoger zijn. Je ziét de autoportieren openzwaaien, je ziét dat je je voorrang niet zal krijgen en het voornaamste: je ziét dat de infrastructuur soms ontoereikend is. Maar hé, dit cijfer zou ook kunnen dalen (en dat doet het ook), mocht er meer ingezet worden op veiligheid voor de zwakke weggebruiker én op een volwaardige plaats in het verkeer voor deze weggebruikers. 

En ja, misschien kunnen de juiste maatregelen een wat langere wachttijd voor automobilisten opleveren. Voor mij zou kinderen veilig thuis krijgen een véél grotere prioriteit moeten zijn dan de duurtijd van een autorit. Want het verkeersveiligheidsvraagstuk komt vaak neer op ‘wat zijn de prioriteiten van mijn lokaal bestuur?’  

Op plaatsen waar zwakke weggebruikers wel een mooie plaats krijgen, zoals in mijn thuisstad Halle (fietsstraten, een zone 30, autovrije zones), ontbreekt het vaak aan helderheid en handhaving. Maar sommige steden en gemeenten zijn dus echt op de goede weg!  

Totdat iedere zwakke weggebruiker zijn rechtmatige plaats op de weg heeft gekregen, worden jonge verkeersslachtoffers aanzien als ‘collateral damage’. Ik weiger en wil dit niet zo zien. Het vergt meer moed dan holle beloftes om als overheid je infrastructuur te herzien, maar het loont. En tot dan zorgt elk jong slachtoffer voor immens veel verdriet, is het een verlies aan potentieel talent en is het er één teveel, sowieso. 

Ook interessant...

Internationale jongerenmobiliteit

De kansen die jongeren en jeugdwerkers krijgen door deel te nemen aan internationale uitwisselingsprogramma’s zijn voor de Vlaamse...
Advies

Duurzame Mobiliteit

Kinderen en jongeren nemen actief deel aan het maatschappelijke leven en verplaatsen zich daarvoor. Ze verplaatsen zich elke dag n...
Advies

Meer ruimte voor fietsen op de trein

Ons advies Duurzame Mobiliteit wordt realiteit.
  • #Actua
Nieuwtje