Vrijwilligers gezocht. Boekhouders blijkbaar ook.
Lies Vancayzeele - Jeugdwerkadviseur
Er wordt – onder andere vanuit het beleid – voortdurend gezegd dat kinderen en jongeren de toekomst zijn. Ze zijn de samenleving van morgen. Door zich op allerlei manieren te engageren, leren kinderen en jongeren verantwoordelijkheid opnemen en ontwikkelen ze tal van competenties. Dit engagement gaat verder dan het individu. Ze groeien uit tot geëngageerde burgers die actief bijdragen aan een sterke, veerkrachtige en solidaire samenleving. De maatschappelijke meerwaarde van het jeugdwerk valt dan ook niet te onderschatten.
Met andere woorden: het jeugdwerk is een hoeksteen van de samenleving. Paradoxaal genoeg is het voor jeugdwerkorganisaties steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden. Hoewel het beleid de innovatieve kracht van het jeugdwerk benadrukt, blijven de nodige investeringen en ondersteuning uit. Daardoor raakt de balans tussen kosten en inkomsten van jeugdwerkorganisaties steeds verder uit evenwicht.
In juni 2025 schreef de Vlaamse Jeugdraad een advies met de oproep om de ambitieuze doelstellingen en plannen van jeugdwerkorganisaties voor de komende vijf jaar te ondersteunen en hiervoor de nodige investeringen te voorzien. Zo kan het recht op vrije tijd gewaarborgd worden en kan er gewerkt worden aan structurele oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Op lange termijn hebben investeringen in het jeugdwerk een positief effect op zowel de begroting als de samenleving in haar geheel.
Maar we zien een tegenovergestelde tendens. Een opstapeling van kleine tot grote beleidsmaatregelen, samen met de bijhorende administratieve drempels, brengt de werkzaamheden van (vrijwillige) jeugdwerkorganisaties steeds verder uit balans.
Concreet gaat het om onder andere deze voorbeelden:
Jeugdwerkorganisaties moeten zelf middelen vrijmaken om het opvragen van het uittreksel uit het strafregister (model 596.2) bij vrijwilligers in hun werking te implementeren.
Naast de bijkomende administratieve lasten houdt deze beleidsmaatregel opnieuw te weinig rekening met de inspanningen die jeugdwerkorganisaties al leveren om een veilige omgeving te creëren voor kinderen en jongeren. Integriteit en veiligheid staan daarbij steeds centraal. Organisaties en vrijwilligers zetten zich dagelijks in voor een doordacht kwaliteitsbeleid, preventiebeleid en reactiebeleid om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen en gepast te reageren wanneer het zich toch voordoet.
Door het wegvallen van de vrijstelling op de patrimoniumtaks voor jeugdwerkorganisaties (cf. advies “Patrimoniumtaks” van de Vlaamse Jeugdraad), als gevolg van het arrest van het Grondwettelijk Hof waarbij alle vrijstellingen werden geschrapt, lopen de kosten sterk op. Dit treft zowel professionele jeugdverenigingen als lokale jeugdverenigingen die volledig op vrijwilligers draaien. Voor sommige organisaties dreigen de kosten zelfs te verdrievoudigen.
De huidige plannen om de non-profitsector onder de vennootschapsbelasting te laten vallen, zouden ook gevolgen hebben voor jeugdwerkorganisaties. Als ook kleinere lokale verenigingen op dezelfde manier worden belast als bedrijven, kan dit mogelijk leiden tot een “fiscale ontwrichting” van de sector.
Deze beleidsmaatregelen houden onvoldoende rekening met de eigenheid van het jeugdwerk. Kenmerken zoals “voor en door jongeren”, vrijwillig engagement en vertrekken vanuit de leefwereld van kinderen en jongeren staan centraal binnen het jeugdwerk, maar krijgen in deze maatregelen te weinig aandacht.
Tegelijk zorgen nieuwe administratieve verplichtingen, bijvoorbeeld in het kader van de vennootschapsbelasting, voor extra complexiteit. Kleine jeugdverenigingen zouden hierdoor bijvoorbeeld verplicht kunnen worden om over te stappen van een eenvoudige kasboekhouding naar een dubbele boekhouding.
Financiële inkomsten die vrijwilligers zelf genereren via acties, zoals een eetfestijn, vloeien daardoor rechtstreeks naar de overheid. Middelen die normaal opnieuw in de werking en dus in kinderen en jongeren worden geïnvesteerd, gaan zo verloren. Dit beperkt niet alleen het maatschappelijk kapitaal dat jeugdverenigingen opbouwen, maar kan ook wegen op de motivatie van vrijwilligers.
Bovendien is er een fundamenteel juridisch én maatschappelijk verschil tussen bedrijven die gericht zijn op het maken van winst en vzw’s. Jeugdverenigingen keren eventuele winst of financiële overschotten niet uit, maar investeren die opnieuw in hun werking. Die middelen worden bijvoorbeeld ingezet om kwetsbare kinderen en jongeren te laten deelnemen aan activiteiten of om jeugdinfrastructuur te renoveren. Het gaat dus niet alleen over de vraag of er inkomsten of financiële overschotten zijn, maar vooral om wat er met die middelen gebeurt en waar ze uiteindelijk terechtkomen.
Deze beleidsmaatregelen zijn slechts het topje van de ijsberg. De fiscale aftrek voor giften werd verminderd, de fiscus vraagt steeds meer digitale gegevens op en vaak verouderde jeugdinfrastructuur moet aan steeds meer eisen voldoen. Het zijn stuk voor stuk maatregelen en verplichtingen die de druk op vrijwilligers verhogen. Ze zorgen voor meer administratieve opvolging, laten minder tijd over voor de essentie - werken met en voor kinderen en jongeren - en verhogen de drempel om een vrijwillig engagement op te nemen.
Daarom onze oproep: duw vrijwilligers niet weg van hun engagement, maar geef hen de ruimte en ondersteuning om zich te blijven inzetten en mee te bouwen aan de samenleving van morgen.