Eens om de vijf jaar dienen erkende jeugdwerkorganisaties hun beleidsplannen in bij de Vlaamse regering. Die plannen barsten van ambitie en creativiteit, maar botsen allemaal op hetzelfde structurele probleem: onvoldoende financiële middelen.
Door jarenlange onderindexering, stijgende werkingskosten en een grotere vraag naar jeugdwerkaanbod staan veel organisaties met de rug tegen de muur. De reserves raken op, personeel wordt laattijdig uitbetaald en de druk op jeugdwerkers neemt toe. De uiteindelijke dupe van die besparingen, zijn kinderen en jongeren.
Het rendement van het jeugdwerk
Nochtans zijn de positieve neveneffecten van jeugdwerk eindeloos. Het versterkt kinderen en jongeren met verschillende competenties, waarden, vaardigheden en attitudes, stimuleert hen om de handen uit de mouwen te steken, brengt kinderen en jongeren samen, geeft mee vorm aan de samenleving en maatschappelijke uitdagingen en heeft impact op het beleid.
“De meisjes in onze werking, zijn de moeders van morgen. Op die manier is onze jeugdwerking een hoeksteen in onze buurt”.
Investeren in jeugdwerk verdien je dus dubbel en dik terug. Internationaal onderzoek toont aan dat elke euro die in jeugdwerk wordt geïnvesteerd, tot 6,4 euro aan sociale en economische winst kan opleveren. Beter jeugdwerk staat gelijk aan minder criminaliteit, betere gezondheid, sterkere arbeidsmarktparticipatie, enzovoort.
4 euro per kind
Onze vraag om extra investeringen in het jeugdwerk komt niet uit het niets. In 2021 organiseerde de Vlaamse Jeugdraad al een grote wafelenbak om 7 miljoen in te zamelen voor het jeugdwerk. Maar hoewel we met die actie veel politieke aandacht kregen en er tot op vandaag naar verwezen wordt in parlementaire debatten, bleef het jeugdwerk op zijn honger zitten.
De wafelenbak leverde te weinig op, en ook latere investeringen in het jeugdwerk – zoals de laatste investeringen van minister Dalle in 2024 – bleken (hoewel ze erg welkom waren!) uiteindelijk onvoldoende.
“Wat de index betreft, voorziet de meerjarenbegroting van de Vlaamse Regering in een indexering van de werkingsmiddelen vanaf 2025. Bij regeringsvormingen is het een klassieker dat die middelen in het vizier van de besparingen komen. Ik adviseer de volgende regering alvast om daarop niet te besparen. Voor cd&v is het intussen een uitgemaakte zaak dat op kinderen en jongeren niet wordt bespaard.”
Meer nog: door jarenlange besparingen – onder andere door het uitblijven van een volledige indexering van de werkingsmiddelen – en de toenemende vraag naar jeugdwerk, is de huidige nood opgelopen tot 11 miljoen euro. Dat is een bedrag dat je onmogelijk bij elkaar krijgt met wafelenbakken, spaghettiavonden of mosselfestijnen. Maar laten we eerlijk zijn: 11 miljoen euro is slechts een fractie van de Vlaamse begroting – amper 0,0162%, ofwel 4 euro per kind en jongere.
De adviespunten
Stop met besparen op jeugdwerk en voorzie een volledige indexering van de middelen van jeugdwerkorganisaties.
Wees transparant over de berekeningswijzen van de indexering van de middelen van organisaties. Gebruik de gezondheidsindex, aangezien de stijging van de lonen daar ook aan gekoppeld is.
Voorzie 11 miljoen euro bijkomende investeringen in het jeugdwerk, ofwel 0,0162% van de begroting, of nog: 4 euro per kind en jongere.
Erken dat investeren in het jeugdwerk een positieve impact heeft op de maatschappij en op de begroting, zowel op korte als op lange termijn en handel daarnaar.
Bouw verder op het al bestaande onderzoek over de maatschappelijke meerwaarde van het jeugdwerk en laat ook becijferen wat de werkelijke economische return on investment is.
Versterk het departement zodat het jeugdwerkorganisaties beter kan ondersteunen.
De afgelopen dagen maakten we van de gelegenheid gebruik om nog wat extra cijfers te verzamelen ter staving van de nood aan extra investeringen voor het Vlaamse jeugdwerk het komende begrotingsjaar.
Daarbij kwamen nog twee extra argumenten naar boven.
de meervraag die overeind blijft staan na de passage op de beoordelingscommissies;
de gemiste indexeringen van de voorbije beleidsnotacyclus.